Architectuurgids Delft

1945-1970: Een periode van onstuimige groei

In de naoorlogse periode maakte Delft een onstuimige ontwikkeling door. De bevolkingsgroei, behoefte aan ruimte voor recreatie, toenemende bedrijvigheid, verkeer en expansie van de Technische Hogeschool Delft vragen om woonwijken,  groenvoorzieningen, bedrijventerreinen, een modern wegennet en een omvangrijke wijk voor hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

 

Na een korte aanlooptijd zijn in deze naoorlogse tijd twee perioden van ieder tien jaar te onderscheiden, waarin eenderde van het Delftse grondoppervlak van bestemming verandert. Dit vereist een strakke stedenbouwkundige planning, die op veel punten breekt met de vooroorlogse stadsuitleg. De vernieuwingen in de naoorlogse stedenbouw – licht, lucht en ruimte – worden voortgestuwd door een optimistisch maatschappijbeeld, maar tegelijkertijd wordt de Hollandse nuchterheid – sober en doelmatig – niet uit het oog verloren.

 

De stad als totaalkunstwerk (1945-1950)

In de eerste jaren na de oorlog wordt voortgeborduurd op het uitbreidingsplan uit 1931, van Jan de Booij, directeur van de Dienst Stadsontwikkeling. In dit plan wordt de stad beschouwd als een totaalkunstwerk, met een helder onderscheid tussen invalswegen, ringwegen en wegen om de stad. Rationele bouwblokken, een volkspark (Delftse Hout) en een monumentale universiteitswijk maken het plan af. Voorbeelden van dit voortborduren zijn de Koningin Emmalaan-Zuid, delen van de ministersbuurt-West, het Wilhelminapark en de Indische Buurt-Zuid.

 

Een organische stadsopbouw (1950-1960)

In 1951 wordt het Stedebouwkundig Adviesbureau der Gemeente Delft opgericht, met als vaste adviseurs de hoogleraren Sam van Embden en Jules Froger. De twee bouwkundige ingenieurs zijn na de Tweede Wereldoorlog benoemd tot hoogleraar stedenbouw aan de TH Delft. Zij werken twintig jaar onafgebroken aan structuur- en uitbreidingsplannen voor de stad, waardoor het naoorlogse Delft ondanks een flinke variatie in deelplannen een grote consistentie vertoont. Zij hebben uitgesproken ideeŽn over de betekenis van hun werk. In zijn inaugurele rede verklaart professor Froger: “Mij staat voor den geest een beeld van de nieuwe stad, gebaseerd op onvergankelijke beginselen en toch volop van deze tijd. Een stad, die in haar geheele verschijning de perfectie van haar wezen openbaart, en ons droombeeld van het verloren paradijs benadert.”
Van Embden meent dat het beeld van het stadslichaam ‘medevertolker van de geesteshouding van heel ons volk’ dient te zijn. Zij zijn aanhangers van een organische stadsopbouw, waarin de stad gezien wordt als een samenspel van afzonderlijke ‘functionele’ patronen: verkeer, groen, voorzieningen en woonwijken. Vanuit het omringende platteland dringen groene lobben de uitgelegde stad binnen om die te voorzien van de nodige zuurstof. Ertegenaan worden woonbuurten gelegd, rond een overzichtelijk centrum. Het ouderwetse gesloten bouwblok maakt plaats voor een open verkavelingwijze, waardoor de alle buurtbewoners kunnen profiteren van licht, lucht en groen.


Volgens deze beginselen worden het Structuurplan 1950 en het Uitbreidingsplan in Hoofdzaak (1955) opgesteld. Hierin wordt de orthogonale structuur van Delft voortgezet: evenwijdig aan de Schie en het spoor lopen de Provincialeweg en de A13. Binnen die structuur krijgen de wijken Delfgauwse Weije en Kuyperwijk hun eigen plaats.

 

Bomenwijk

Van Embden is ook de ontwerper van het Komplan (1957). Dat voorziet in, slechts ten dele uitgevoerde, rigoureuze doorbraken in en om de oude stad en de bouw van een imposant spoorwegviaduct.

 

Overigens zijn er nog meer stedenbouwkundigen in deze periode in Delft actief. W. Van Tijen ontwerpt de Bomenwijk, een Delfts voorbeeld van de wijkgedachte. Dat is niet zo vreemd, omdat Van Tijen tijdens de Tweede Wereldoorlog lid was van een Rotterdamse studiegroep onder leiding van ir. A. Bos, adjunct-directeur van Publieke Werken in de Maasstad, die de Angelsaksische wijkgedachte op Nederlandse leest schoeide. Aanhangers van de wijkgedachte willen de stad niet ongebreideld laten groeien als jaarringen om een boom. Daartegenover stellen zij dat de uitbreiding door middel van opzichzelfstaande overzichtelijke wijken op zekere afstand van de stad moest geschieden. Groen, water en wegen scheiden de wijken van de oude stad.

 

Ook de Dienst Openbare Werken is stedenbouwkundig actief en tekent onder meer de Charlotte de Bourbonstraat en de Professor Evertslaan. In deze wijken wordt ijverig geŽxperimenteerd met arbeidsbesparende bouwmethoden. Maar dit blijkt niet voldoende om de woningnood te lenigen.

 

Schaalvergroting en seriematigheid (1960-1970)

Om de vereiste woningaantallen te halen die politiek Den Haag vaststelt om het spook van de woningnood te verdrijven, is een grootschaliger en rationelere aanpak vereist. In 1960 wordt door een forse gebiedsuitbreiding van Delft ten koste van Schipluiden de aanleg van de grootschalige wijken Voorhof en Buitenhof mogelijk, direct aansluitend op de orthogonale structuur van Delft


De nieuwe aanpak wordt aan het eind van de jaren vijftig daadkrachtig ingeluid met de Poptahof, een modelwijk waarin een gestandaardiseerde en geÔndustrialiseerde wijze van bouwen is doorgevoerd. Hier doet het functionalisme in de stedenbouw zijn intrede in de vorm van zogenoemde identieke wooneenheden en het scheiden der functies. De aannemer krijgt greep op het ontwikkelingsproces en verhoogt de hoogbouwflats tot elf lagen. In de jaren zestig worden vervolgens in een razend tempo Voorhof-Oost (ontwerp W. Wissing), Voorhof-West en Buitenhof (beide ontworpen door het Stedebouwkundig Adviesbureau der Gemeente Delft) met een minimum aan woningtypen uit de grond gestampt.

 

In de naoorlogse periode maken ook bekende Delftse fabrieken zoals de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek en vooral de Nederlandse Kabelfabriek, die hun innovatieve producten wereldwijd afzetten, een fenomenale groei door. Dat is voor een groot deel te danken aan de zonder meer gunstige ligging van de bedrijventerreinen aan het spoor en het Rijn-Schiekanaal. Delft blijft, ook na de oorlog, in de allereerste plaats een fabrieksstad.

Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart