Architectuurgids Delft

1970-1990: Kraamkamer, proeftuin, bakermat

De revolutionaire jaren zestig hebben uiteraard ook invloed op de stedenbouw. De technocratische aanpak wijkt voor bewonersparticipatie, inspraakrondes en stadsvernieuwing. Tegelijkertijd komt er meer aandacht voor een schoon en gezond milieu, natuur en ecologie.

 

De turbulente jaren zestig brachten welvaartsgroei, individualisering, emancipatie en democratisering, maar ook gezinsverdunning en immigratie, groeiend autobezit en een sterke toename van het ruimtebeslag: voor woningbouw, wegenaanleg, bedrijfsterreinen, recreatiegebieden etc. Grootschalige stadsuitbreidingen, cityvorming, krotopruiming en verkeersdoorbraken kenmerkten de planning.

 

De omslag komt, ook in Delft, rond 1970. De technocratische aanpak moet wijken voor participatieve planning op democratische grondslag. Functiescheiding wordt vervangen door functiemenging. Voor nieuwe plannen zijn  kaalslag of uniforme ophoging (een ‘tabula rasa’) voortaan taboe en wordt het bestaande de grondslag voor het ontwerp.

 

Leefbare stad

Hoogbouw wordt afgezworen, laagbouw en kleinschaligheid worden de nieuwe norm. Er komt weer waardering voor de oude wijken. De bemoeienis van de bewoners met de toekomst van hun wijk luidt de stadsvernieuwing in met het adagium ‘bouwen voor de buurt’. Oude binnensteden herleven. Het begrip beschermd stadsgezicht wordt geÔntroduceerd. De monumentenzorg krijgt nieuwe impulsen. Voor stadsuitbreiding worden de bestaande agrarische verkavelingen uitgangspunt. In de verkeersplanning krijgen voetgangers, fietsers en openbaar vervoer voorrang boven de auto. Het woonerf, waar de verblijfskwaliteit boven de verkeersfunctie wordt gesteld, wordt symbool van het verzet tegen wat toen het milieuonvriendelijke en verkeersonveilige autosysteem heette. De leefbare stad als streefbeeld voor architectuur en stedenbouw is geboren.   

 

De verbeelding aan de macht

In Delft manifesteert de universitaire democratiseringsgolf zich vanaf 1969 vooral op de afdeling Bouwkunde van de Technische Hogeschool Delft. Wanneer enkele net afgestudeerde ontwerpers bij de gemeente Delft gaan werken, gunnen hun politieke en ambtelijke bazen hen grote invloed op de stedenbouwkundige, verkeerskundige en architectonische plannenmakerij. Plannen voor de uitbreidingswijk Tanthof en winkelcentrum In de Veste worden direct drastisch omgegooid. In een nieuw bestemmingsplan voor de oude stad, het eerste beschermde stadsgezicht in een (middel)grote stad, worden alle doorbraken geschrapt, veel te slopen woningen behouden en de woonfunctie sterk bevorderd. Verspreid over de stad wordt een aantal grote en kleine bouwlocaties (in totaal zo’n 350- 450 woningen) op de markt gebracht en worden kleine open gaten gevuld met - ook iets nieuws - particuliere bouwinitiatieven. Nieuw is ook de aandacht voor het ontwerpen voor sociale veiligheid.


 

Stadsvernieuwing

In 1970 eisen twee buurtcomitťs dat de gemeente actief aan buurtverbetering gaat werken en namen zo feitelijk het voortouw bij de Delftse stadsvernieuwing. Met veel rijkssubsidie worden vanaf 1976 samen met de bewoners een groot aantal buurten, waaronder Geerweg en Westerkwartier aangepakt. Gaten worden gevuld, woonblokken gerenoveerd of vernieuwd, bedrijven uitgeplaatst, speel- en parkeerterreinen aangelegd en straten heringericht.

 

In de Veste

Kleinschaligheid, variatie, herstel van het grachtenpatroon en bevordering van de woonfunctie kenmerken de nieuwe planaanpak voor In de Veste, de al jaren geplande uitbreiding van het winkelarsenaal in de binnenstad. Bij de warenhuizen slaan deze ideeŽn minder aan dan bij kleinere projecten en/of bereidwilliger opdrachtgevers. Ten zuiden van de Zuiderstraat blijft het gebied nog lang een onaantrekkelijke (parkeer)woestenij. Pas met de realisatie van het Zuidpoortgebied in de jaren negentig krijgt de zuidrand van de binnenstad weer een eigen smoel.

 

Bebouw-de Kom

Ook elders gebeurt het nodige. Het project Bebouw-de Kom beoogt verdichting van de bestaande stad door toevoeging van woningen, waar het maar kan, Deze vaak omstreden bouwplannen worden verdedigd met stedenbouwkundige argumenten, zoals efficiŽnter ruimtegebruik en verbeterde sociale veiligheid, maar ook politieke. Delft is ‘vol’; na Tanthof is verdere uitbreiding op eigen grondgebied immers onmogelijk.

 

Het woonerf

De omslag in de Delftse verkeersplanning begint met drastische aanpassing van de stedelijke hoofdwegenstructuur, zoals omlegging van de Provincialeweg 15 in Tanthof. Innovatieve plannen voor een stedelijk fietsroutenet, verbeterd openbaar vervoer en een sectorenplan voor de binnenstad volgen. Als eerste gemeente durft Delft de aanleg van een ‘officieel’ woonerf aan. In oude en nieuwe wijken zoals Buitenhof en Tanthof zullen er nog vele volgen. Met de consistente toepassing van het woonerf timmert Delft jarenlang ook (inter)nationaal aan de weg.

 

Nieuwe architectonisch opbloei

Hoe baanbrekend de ontwikkelingen op het gebied van ruimtelijke planning in Delft in de jaren zeventig ook mogen zijn, de oogst aan hoogwaardige architectuur is mager. Dit herstelt zich in de jaren tachtig. Dan dient een nieuwe generatie ontwerpers zich aan. Als reactie op de doorgeslagen architectuur ‘voor en door bewoners’ worden schoonheid en architectonische kwaliteit weer een wezenlijk onderdeel van het vak. Hoewel teruglopende volkshuisvestingsbudgetten en een instortende woningmarkt midden jaren tachtig in Tanthof tot steeds dichter bebouwde woonbuurtjes en steeds soberder architectuur leiden, worden er in Delft toch ook weer steeds vaker architectonisch aansprekende gebouwen neergezet. Een nieuwe architectonische bloeiperiode breekt aan.

Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart