Architectuurgids Delft

Renaissance en maniŽrisme, 1530-1650

Renaissance en maniŽrisme: nieuwe bouwstijlen van de latere zestiende en vroege zeventiende eeuw, die gebruikmaken van aan de klassieke, voornamelijk Romeinse oudheid ontleende vormen. Hier bekend geworden door de invloed van de Italiaanse renaissance van al na 1400.

 

In de vijftiende eeuw werd in ItaliŽ een nieuwe architectuur ontwikkeld met als inspiratiebron de herontdekte Romeinse bouwkunst. Wezenlijk voor deze oriŽntatie was een theoretische onderbouwing gebaseerd op het herlezen van de klassieke schrijvers, vooral Vitrivius. Deze theorieŽn werden verwerkt in nieuwe traktaten, onder andere in die van Alberti en Palladio. De herontdekking van de klassieke beschaving werd ervaren als een ware bevrijding; het woord renaissance betekent letterlijk hergeboorte. De nieuwe architectuur werd via Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden rond 1530 bekend in de noordelijke gebieden. De introductie daarvan was aanvankelijk slechts beperkt, middels door adellijke opdrachtgevers aangetrokken Italiaanse architecten. Van invloed op een brede verspreiding werden pas later het door Cornelis Florisz ontworpen nieuwe stadhuis in Antwerpen en het in die stad door Hans Vredeman de Vries uitgegeven voorbeeldenboek (1565).

 

De zuilenordes

In de renaissancearchitectuur gaat het om ‘goede’, als ideaal veronderstelde verhoudingen en het juist toepassen van de diverse zuilenordes. Belangrijkste daarvan zijn de zogenaamde Dorische, Ionische, en Korintische ordes. Cruciaal voor de juiste toepassing van een orde is een horizontale beŽindiging, ofwel door een rechte kroonlijst (ook architraaf of hoofdgestel genoemd), ofwel de basis van het klassieke, flauw hellende driehoekige timpaan. Het enige Delftse voorbeeld van een, overigens op onderdelen niet geheel zuivere toepassing van de ordes, is de voorgevel van het stadhuis, ontworpen door de vooraanstaande Amsterdamse architect Hendrick de Keyser. De begane grond heeft tussen de vensters ruwgeblokte, rechthoekige pilasters. Daarop staat de Ionische pilasterorde van de eerste verdieping, met de ervoor karakteristieke, op de uiteinden opgekrulde kapitelen. Een novum was het omlopende schilddak. De omlopende horizontale aanzet daarvan vormt met zijn balustrade de bekroning van de zuilorde. Allerlei typische renaissancedecoratie is aangebracht, onder andere op de pilasters en de dakbalustrade en vooral boven de vensters, waaronder schelpmotieven en sluitstenen met gebeeldhouwde koppen.

 

Manierisme

De zuilenordes waren moeilijk te verenigen met het gangbare Nederlandse smalle huistype met zijn door hoge topgevels verdekte steile kap. Maar het boek van Vredeman de Vries gaf allerlei voorbeelden van onderdelen en decoraties die ook los van hun oorspronkelijke context konden worden gebruikt. Ze werden toegepast op gevelschema’s die met hun banden- en blokkenstijl in wezen nog gotisch waren. Het meest geliefd werd een krullerige, aan ijzeren beslagwerk ontleende decoratie, het zogenaamde rolwerk. Delft heeft daarvan een voorbeeld in de gevel van Koornmarkt 36. Deze verwerking van renaissancevormen wordt maniŽrisme genoemd. Op allerlei manieren werden, bewust of uit noodzaak, de klassieke orden en hun verhoudingen vervormd, bijvoorbeeld door het opzettelijk breken van de top van een timpaan, wat te zien is bij de voorgevel van het stadhuis. Andere Delftse voorbeelden van de levendige stijl van het maniŽrisme zijn de panden Choorstraat 45, Oude Delft 39, Verwersdijk 14/16 en het Hammenpoortje aan Rotterdamseweg 155. Het pand Choorstraat 45 is voor Delft bijzonder omdat deze gevel als enige duidelijk invloeden vertoont van de Amsterdamse woonhuisgevels van Hendrick de Keyser.

Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart