Architectuurgids Delft

Lodewijkstijlen, 1700-1800

Lodewijkstijlen: architectuur van overwegend decoratief gehalte, georiŽnteerd op de in heel Europa invloedrijke modes aan het toenmalige Franse hof. De drie te onderscheiden stijlen zijn genoemd naar de opeenvolgende regerende Franse vorsten.

 

De architectuur van de achttiende eeuw wordt geheel bepaald door de zogenaamde Lodewijkstijlen, genoemd naar de koningen Lodewijk XIV, XV en XVI. Dit geheel omspant de tijd van rond 1700 tot nog na 1800, als de Lodewijk XVI-stijl overgaat in de zogenaamde empirestijl van de vroege negentiende eeuw.

De Lodewijk XIV-stijl werd vanaf 1685 in Den Haag geÔntroduceerd door de Franse immigrant Daniel Marot. Het ideaal is een breed, rechthoekig gevelfront, afgesloten met een kroonlijst die het schuine dak aan het zicht moet onttrekken. De gevel zelf heeft een symmetrische compositie, bij voorkeur met gevelsprongen zoals een middenrisaliet. Deze stijl is verder vooral een decoratieve stijl, met allerlei toevoegingen in beeldhouw-, stuc- en houtsnijwerk. Al deze decoratie is vrij zwaar en weelderig uitgevoerd. De nadruk ligt op de deurpartij met fraaie deurpanelen en snijwerk in de bovenlichten, alsmede omlijsting van het geheel. Vaak is de verfraaiing om de bovenliggende vensters doorgezet tot een verticaal sierstuk. Ook de kroonlijst is zwaar gedecoreerd, onder andere met een in het midden opgezet kuifstuk. Het sierlijke karakter wordt versterkt door de gelijktijdig geÔntroduceerde vorm van het spiegelboogvenster. Eveneens nieuw zijn de kort voor 1700 ontwikkelde schuifvensters. Begin 18de eeuw hebben deze een verdeling van vijf of zes kleine ruiten in de breedte.

 

Lijstgevels met rijke decoratie

De ideale hoofdvorm veronderstelde brede percelen. Dat kon in Delft alleen worden gerealiseerd door meerdere huizen samen te trekken en daar een nieuwe gevel voor te plaatsen. Voorbeeld daarvan is het pand Oude Delft 123. Als enige Delftse Lodewijk XIV-gevel bezit het een natuurstenen sierstuk. Maar ook het meer gangbare, slechts drie vensterassen brede huis leende zich voor de gewenste lijstgevel. Een probleem was de positie van het sierstuk. Dat moest ofwel aan de zijkant ter plaatse van de deur, maar dus asymmetrisch worden geplaatst, ofwel in het midden, maar dan losgekoppeld van de deur. Het pand Oude Delft 73 is een voorbeeld van het eerste, bij Oude Delft 241 is voor de tweede oplossing gekozen. In beide panden bevindt zich tussen deur en het bovenlicht een voor de stijl karakteristiek spiegelboogvormig kalf. Een bijzonder pand is ook Wijnhaven 15. Een enorme kuif tilt de lijstgevel rondboogachtig op om de steile kap erachter aan het zicht te onttrekken. Deze gevelvorm lijkt afgeleid van de vorm van het spiegelboogvenster.

 

Een sierlijke stijl

De opvolgende Lodewijk XV-stijl (1740-1775) is nog meer decoratief van aard, en werd in Nederland vooral toegepast in de rijke interieurs van voorname woonhuizen. Aan de buitenzijde is deze stijl alleen herkenbaar aan verandering in de decoratie. Het stuc- en houtsnijwerk krijgt een fijner reliŽf en nog sierlijker, bewust asymmetrische patronen. Vooral schelpmotieven worden veel toegepast. Daarom wordt deze stijl ook wel rococo genoemd, naar het Franse woord voor schelp, rocaille. De deurpartijen en sierstukken van het gebouw van de Fundatie van Renswoude aan de Oude Delft 49 (zie illustratie) en het pand Oude Delft 141 geven er een goed beeld van.


 

Terug naar eenvoudiger vormen

In de daarop volgende Lodewijk XVI-stijl (1775-1880) ligt weer meer de nadruk op de grote lijnen van het architectonische geheel. Er is een beginnende terugkeer naar het classicisme, waarbij de hoofdvorm en gevelcompositie in het algemeen weer strakker worden en minder rijk gedecoreerd. Het gebruikelijke schema met een middenrisaliet blijft gehandhaafd, maar er worden weer timpaans toegepast, soms in combinatie met pilasters. Toch blijft ook deze stijl een zekere sierlijkheid bezitten door de toegevoegde decoratie. Deze wordt wel soberder en krijgt weer een symmetrisch karakter. Dat is te zien aan deurpanelen en de bovenlichten. Een rustiger totaalbeeld wordt mede bereikt door een vensterverdeling met in de breedte drie of twee grotere ruiten. Het spiegelboogvenster maakt plaats voor de overwegende toepassing van rechte vensteropeningen. Voorbeelden van deze stijl zijn het boterhuis aan de Markt en het pand Oude Delft 201. Het eerste gebouw is overigens een opmerkelijk vroeg exemplaar van deze stijl.
Het probleem met het al dan niet symmetrisch inpassen van de deurpartij werd ook in deze stijlperiode niet opgelost. Bij Huis Portugael (Oude Delft 75) kon het klassieke ideaal slechts worden benaderd. Met de gegeven breedte van zes vensterassen is de plaats van de deur, hoewel in de middenpartij gelegen, asymmetrisch.

Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart