Architectuurgids Delft

Neorenaissance, 1875-1915

Neorenaissance: neostijl uit het laatste kwart van de negentiende eeuw, met als voorbeeld de Nederlandse renaissancearchitectuur van de zestiende en zeventiende eeuw. Werd vanwege deze historische referentie als passende, eigen ‘nationale’ bouwstijl beschouwd.

 

Het nationalisme nam toe in het Europa van de late negentiende eeuw. Dit leidde in Nederland tot de groeiende behoefte om de nationale geschiedenis te benadrukken. Men ging op zoek naar het eigen karakter van de natie. Daarmee samen ging het zoeken naar een eigen, nationale bouwstijl die het best uitdrukking zou kunnen geven aan dit karakter. Het voorbeeld daarvoor werd gevonden in de laatzestiende-,  vroegzeventiende-eeuwse Nederlandse renaissancearchitectuur.

 

De renaissance was immers de tijd van de opbouw van de natie, hetgeen zou uitmonden in haar meest glorieuze periode, de Gouden Eeuw. De neorenaissance was vanuit deze optiek tevens een reactie op een te dominant lijkende neogotiek. Deze werd door velen gezien als exponent van het rooms-katholicisme en ervaren als tegengesteld aan het veronderstelde protestantse karakter van de natie. Een uitgesproken promotor van de neorenaissance was de Delftse hoogleraar bouwkunde E.H. Gugel. Enkele andere belangrijke architecten waren C. Muysken, F.M.L. Kerkhoff en C.B. Posthumus Meyes.

 

Een nieuwe banden- en blokkenstijl

De neorenaissance is als het ware een nieuwe banden- en blokkenstijl die zich vooral op het zestiende- en zeventiende-eeuwse maniŽrisme oriŽnteert. Een sterk beeldbepalend kenmerk van deze neostijl zijn de afwisseling van baksteen met over de volle gevelbreedte cordonlijsten van natuursteen of kunststeen. In de bogen boven de vensters is dit materiaal toegepast voor de aanzet- en sluitstenen, met in de boogvelden eronder vaak versiering die bestaat uit decoratief metselwerk of veelkleurige tegels. De meest geliefde gevelvorm is de trapgevel, verder komen geveltoppen met opzij rolwerk, of een klein fronton als bekroning veelvuldig voor. Tot deze levendige stijl behoren ook allerlei aan historische voorbeelden ontleende details, zoals gesmede sierankers, cartouches en medaillons. Deurpartijen worden vaak rijk vormgegeven als poortjes met zuilen of pilasters en frontons. Deze vormrijkdom werd mede mogelijk gemaakt door de introductie van nieuwe materialen zoals kunststeen en geprefabriceerde metalen bouwdecoraties.
Voor deze architectuur is symmetrie geen absolute vereiste. Belangrijke accenten in de totale compositie worden bewust asymmetrisch geplaatst. Mooi voorbeeld daarvan is het station: de toren met zijn opengewerkte, peervormige bekroning staat rechts naast het middenpaviljoen. Andere voorbeelden van deze stijl zijn: het pand Markt 45, evenals het stationgebouw ontworpen door C.B. Posthumus Meyes, Spoorsingel 14 (zie illustratie) en het blok woningen aan de Coenderstraat 32-54, met medaillons in de geveltoppen.

 

Varianten van neorenaissance

Voor bijzondere opdrachten oriŽnteerden architecten zich breed en internationaal. Prachtig voorbeeld daarvan is Huis Lambert van Meerten (Oude Delft 199). Met een geheel hardstenen gevel, kruiskozijnen en een hoog schilddak, is dit monumentale pand duidelijk beÔnvloed door de Franse renaissance uit de zestiende eeuw, vooral die van het Loiregebied.
De neorenaissancestijl krijgt rond 1900 een wat terughoudender en minder decoratief karakter, waarbij ook het gevelreliŽf vlakker wordt. Dit is te zien bij enkele voormalige TU-gebouwen, waaronder de voormalige bibliotheek aan het Raam, ontworpen door rijksbouwmeester J.H. Vrijman. Deze is voorzien van een geveltop met rolwerk. Het Agnetapark, ontworpen door F.M.L. Kerkhoff, is interessant als een nog negentiende-eeuws voorbeeld van sobere neorenaissance, die zich het beste laat typeren als landelijke bouwkunst.

 

Chaletstijl

In het laatste kwart van de negentiende eeuw kwam er een hang naar een meer exotische, ‘pittoreske’ architectuur. Deze wordt vooral zichtbaar in de zogenaamde chaletstijl, welke is geÔnspireerd door Zwitserse voorbeelden van houtbouw in vakwerkconstructie. De stijl wordt gekenmerkt door geveldelen in schijnvakwerk met metselwerkinvulling en ver overstekende daken met fijn houtsnijwerk versierd. Het beeld wordt verlevendigd door toevoegingen als houten balkons, veranda’s, erkers en torentjes. In Delft betreft het bij enkele gebouwen alleen een beperkte toepassing van dergelijke stijlelementen bij wat in principe neorenaissance ontwerpen zijn, bijvoorbeeld de dakoverstekken van de brugwachterswoning aan de Nieuwe Plantage 114 en de torenachtige hoekbekroning van Villa Maria aan de Oostsingel 185.

Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart