Architectuurgids Delft

Functionalisme, 1915-1975

Functionalisme: moderne architectuur, naar de opvatting dat vorm uitsluitend door functie wordt bepaald. Onderdeel van een internationale beweging. De architectuur wordt gekenmerkt door een compromisloos streven naar vooruitgang en gebruik van moderne vormen, bouwtechnieken en materialen.

 

Rond 1920 was er internationaal een streven naar een totaal nieuwe, bij de moderne tijd passende architectuur, die ontdaan was van al het historisch overgeleverde. Architecten verenigden zich in de beweging van het functionalisme, voor de Tweede Wereldoorlog in Nederland ook aangeduid als het Nieuwe Bouwen en Nieuwe Zakelijkheid. Nederlandse architecten vervulden een voorhoederol in deze internationale Moderne Beweging. Nationaal hadden zij zich verenigd in de architectengroep De 8 en Opbouw. De belangrijkste architecten waren onder anderen J.A. Brinkman, J. Duiker en J.J.P. Oud. Na 1945 werden vooral de bureaus van J.H. van den Broek en J.B. Bakema, en van W. van Tijen en H.A. Maaskant toonaangevend.

 

Vooruitgang

Voor de functionalisten was het principiŽle uitgangspunt dat de architectonische vorm uitsluitend werd bepaald door de gebouwfunctie, ofwel het programma en de organisatie ervan. Zij verwierpen alle toegevoegde, niet noodzakelijk daaruit afleidbare vormgeving. Functionalistische architecten waren gefascineerd door industrie en techniek, de belichaming van hun streven. Zij kozen principieel voor de moderne materialen staal en beton, die draagconstructies met grote overspanningen mogelijk maakten. Deze zijn bij hun gebouwen expressief zichtbaar, met meestal transparante, glazen gevels als invulling of omhulling van de constructie. Binnen- en buitenruimten gaan daardoor visueel in elkaar over. De achterliggende principes daarvan waren die van zon, licht en lucht, volgens de functionalisten essentiŽle fysische condities voor het menselijk welzijn. Functionalistische gebouwen zijn qua architectonisch beeld zeer abstract, samengesteld uit meestal witgeschilderde elementaire basisvormen, zoals de kubus en de cilinder. Hiermee werd ook expressie gegeven aan de door de functionalisten bewonderde machinale esthetiek van industriŽle gebouwen en de nieuwste technische producten. Door deze rationalistische invalshoek kon het functionalisme een internationale, geheel onafhankelijk van tijd en plaats lijkende architectuur worden.

 

Puristische beeldtaal

Het vooroorlogse Nieuwe Bouwen heeft de vormen van Villa Solheim van A.H. Wegerif krachtig bepaald. Dit expressieve, uit kubistische vormen samengestelde woonhuis heeft platte daken en grote stalen ramen. De meeste functionalistische gebouwen in Delft zijn van na de Tweede Wereldoorlog. Goede voorbeelden ervan zijn enkele bedrijfsgebouwen en gebouwen van de Technische Universiteit Delft. Tot de eersten behoren het ketelhuis en het opslaggebouw van de vroegere Lijm- en Gelatinefabriek. De tot het minimale beperkte vormen en de grote stalen ramen bezitten nog de puristische beeldtaal van het vooroorlogse Nieuwe Bouwen. Voorbeelden van TU-gebouwen zijn het ketelhuis (zie illustraties),  het gebouw voor Civiele Techniek en het erachter staande laboratoriumgebouw Stevin III, alle door het bureau Van den Broek en Bakema ontworpen. De bijzondere dakvormen van het ketelhuis komen geheel voort uit hun functie als kolenopslagbunkers. Het laboratorium Stevin III heeft een krachtige constructieve expressie met haast overdreven kolossale stalen stabiliteitskruizen in de kopgevels. Het gebouw voor Elektrotechniek van G. Drexhage is bijzonder vanwege een vroege Nederlandse toepassing van het al in de jaren vijftig in de VS ontwikkelde curtain-wall-principe. De langsgevels bestaan geheel uit over de achterliggende constructie lopende beglaasde aluminium vliesgevels. Een ander voorbeeld van een vliesgevel is het voormalige bedrijfsgebouw Kipp van H.A. Maaskant: het niet-dragende karakter ervan wordt benadrukt door de ervoor vrijstaande betonkolommen.

 

Woningarchitectuur

Na de oorlog was er een harde noodzaak om de functionalistische principes op grote schaal toe te passen. Om de woningnood op te lossen moesten grote woningbouwprogramma’s snel en efficiŽnt gerealiseerd worden. Er was een tekort aan bouwmaterialen en geschoolde arbeid. Daarom werd de woningbouw geÔndustrialiseerd door het gebruik van montagebouwsystemen. Dit resulteerde in een geheel door herhaling bepaalde, functionalistische architectuur. In Delft is deze vooral op grote schaal te zien in de uitbreidingen van de jaren zestig: Voorhof en Buitenhof. Enkele kenmerkende voorbeelden van de naoorlogse woningbouw zijn het complex portiekflats aan de Paulus Buysstraat en de studentenflat ‘Staalbouw 1 en 2’ die is uitgevoerd in staalmontagebouw.

Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart