Architectuurgids Delft

Wederopbouwarchitectuur, 1945-1965

Wederopbouwarchitectuur: naoorlogs, gevarieerd geheel van diverse ontwerpopvattingen en -tendensen. Karakteristiek daarvoor is dat op allerlei manieren moderne en traditionele elementen met elkaar in een ontwerp worden geÔntegreerd.

 

In de wederopbouwperiode na 1945 valt de harde scheidslijn tussen traditionalisme en functionalisme weg. Er ontstaat echter geen eenduidig nieuwe bouwstijl, maar een gevarieerd geheel van allerlei sterk individueel getinte combinaties van traditioneel en modern.
Tijdens de bezetting hadden traditionalisten en functionalisten serieus geprobeerd hun harde tegenstellingen te verzoenen. Daartoe werden de zogenoemde Doornse conferenties gehouden, mede op initiatief van Granprť MoliŤre en Van Tijen. En al voor de oorlog hadden enkele architecten, verenigd in de Groep 32, naar een synthese van functionalisme en traditionalisme gezocht. Hiertoe behoorden onder andere A. Komter en K.L. Sijmons. Deze architecten benadrukten in reactie op het functionalisme het belang van vormgeving en esthetica. Zij combineerden moderne materialen en technieken met allerlei vormen, ook meer traditionele en historiserende.

 

Strak en abstract

Een dergelijke ontwerpwijze kwam, mede als gevolg van de Doornse conferenties, in de wederopbouwperiode op grote schaal voor. Ze is medebepalend geweest voor het beeld van deze periode. De naoorlogse omstandigheden dwongen hier ook toe. Door gebrek aan materiaal en geschoolde arbeidskrachten moesten wel industrieel vervaardigde bouwproducten worden gebruikt. Zelfs bij uitgesproken traditionalistische architectuur werden moderne materialen als stalen ramen en prefab betononderdelen toegepast.
De algemene tendens van deze architectuur is dat de vormen strakker en ook abstracter worden. Details en decoraties, vaak in moderne materialen, refereren nog aan historische voorbeelden, maar dan meestal in vrije vertaling daarvan. Parallel hieraan tendeert de moderne architectuur naar een grotere veelvormigheid. Modernistische architecten ontwerpen ook vrijere composities met onregelmatige vormen. In de jaren vijftig was vooral de stroomlijnarchitectuur, met als karakteristiek opvallend afgeronde gebouwvormen, favoriet. Bij al deze naoorlogse architectuur valt op de vaak monumentale toepassing van beeldende kunst, vooral bij publieke gebouwen.


 

Typisch wederopbouw

Van deze typische wederopbouwarchitectuur heeft Delft een aantal mooie voorbeelden. Het hoofdgebouw voor Werktuigbouw van J.A.G. Van der Steur heeft een monumentale, symmetrische opzet en een representatieve hoofdentree die wordt bekroond met een beeldengroep. De gevels zijn voor het overige strak en modern, met grote stalen ramen en transparante glazen traptorens. Bij de proeffabrieken voor Physische en Chemische Technologie van C.A. Abspoel zijn functionalistische hallen met zichtbare staalconstructies gecombineerd met een meer decoratieve entreepartij. In de toren daarvan is het hoge betonnen vensterkader beŽindigd met een soort sierlijke kroonlijst. De Hofkerk (de vroegere Sionskerk) van Komter heeft een opmerkelijke, onregelmatig gevormde kerkzaal met afgeronde hoeken. In de gevels wordt decoratief gebruikgemaakt van prefab betonkadertjes en verschillende vensterpatronen. Dit gebouw toont de invloed van de ‘stroomlijnstijl’ van de jaren vijftig. De Immanuelkerk van F. Eschauzier bezit door consequente stroomlijning rondom een zeer krachtig sculpturaal karakter. Het massieve volume van de overwegend gesloten kerkzaal lijkt alsof het uit baksteen is geboetseerd.

Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart