Architectuurgids Delft

Kleinschalige architectuur, 1970-1985

Kleinschalige architectuur: ontwerpopvatting die categorisch de naoorlogse grootschaligheid afwijst. Vormt een trendbreuk door het nastreven van een informele, op de menselijke maat afgestemde architectuur.

 

De architectuur van de periode van rond 1970 tot circa 1985 wordt voor een groot deel beheerst door diverse reacties op het naoorlogse functionalisme. Het beeld van deze periode is het meest bepaald door de kleinschalige architectuur. Deze architectuurstroming zette zich af tegen de grootschaligheid en de monotonie van de voorafgaande wederopbouwperiode. De aversie richtte zich niet alleen tegen stedenbouw en architectuur van de nieuwe uitbreidingswijken. Er was ook een beginnend verzet tegen de kaalslag in en om oude binnensteden voor herstructurering daarvan, in Delft uitgevoerd in de zuidelijke binnenstad (het gebied In de Veste, nu Zuidpoort). Contra dergelijke totaalplanning van bovenaf werd inspraak van de bewoners gesteld, volgens de slogan ‘Bouwen voor de buurt’. Voor experimenten in de volkshuisvesting, mede als alternatief voor de tot dan gebruikelijke standaardwoningbouw, werd de Stichting Nieuwe Woonvormen opgericht.

 

Variatie

Het beeld van deze architectuur wordt bepaald door toepassing van baksteen, betonsteen of kalkzandsteen voor gemetselde gevels en hellende, met pannen belegde daken. Er wordt bij lange bouwblokken bewust, door verspringende bouwhoogtes en rooilijnen, geprobeerd om lange, als monotoon beschouwde horizontale lijnen te verbreken. Variatie wordt verder vergroot door allerlei kleine aan- en uitbouwen, balkons, loggia’s en dergelijke. Kapvormen zijn al even gevarieerd: asymmetrische kappen, plaatsing zowel in langs- als in dwarsrichting, enzovoorts. Kenmerkende kapvorm bij uitstek is die van het afgeknotte zadeldak, met tussen twee dakschilden een vlak middendeel. Vaak is de kap slechts rudimentair, als een aan één zijde afgeschuind vlak van een recht bouwvolume. Belangrijke karakteristiek zijn verder een levendige gevelcompositie met onder andere L-vormige vensters, en het koppelen van vensters door met houten delen beklede vlakken. Door de overmaat aan afwisseling werd deze architectuur al snel denigrerend betiteld als ‘Nieuwe kneuterigheid’ of ‘Nieuwe truttigheid’.

 

Haakpand

Goede voorbeelden zijn de woningen aan de Zuiderstraat (zie illustratie), de woningbouw in Tanthof-Oost aan de Vinkenlaan en omgeving, en het ‘Haakpand’ aan het Bastiaansplein. Het lange blok Zuiderstraat is kleinschalig door het sterk verspringende daklandschap met gebroken daklijnen, en door afwisselende venstervormen. Het woningbouwcomplex aan de Vinkenlaan heeft sprongen en hoekverdraaiingen in de rooilijnen, en aangekapte, met doorschietende dakvlakken aan de hoofdbouwmassa verbonden aanbouwen. Het Haakpand laat goed zien hoe een vrij fors, stedelijk bouwblok toch kleinschalig kan worden vormgegeven. Aan de zijde Gasthuislaan heeft het blok allerlei verschillende, kleine dwarskapjes; aan het Bastiaansplein heeft het blok een terrasvormige opbouw met op straatniveau een colonnade.

 

Stadsvernieuwingsarchitectuur

In de economisch rijke jaren zeventig is de kleinschalige architectuur speels en gevarieerd, maar rond 1980 wordt deze door verslechterende omstandigheden sterk versoberd. In deze tijd is landelijk de stadsvernieuwing net flink op gang gekomen, geleid door het ‘Bouwen voor de buurt’. In architectonisch opzicht maakt levendige vormafwisseling plaats voor herhaling. De kenmerkende materiaalkeuze, zoals baksteen en met houten delen beklede borstweringen, blijft gelijk. Voorbeelden van deze versobering zijn te zien in enkele stadsvernieuwingsgebieden, waaronder de noordelijke binnenstad bij de Geerweg en omgeving.

Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart