Architectuurgids Delft

Postmodernisme, 1975-1990

Postmodernisme: in Noord-Amerika en Europa ontstane architectuuropvatting die zich beschouwt als opvolger van het modernisme. Verwerpt de gedachte aan een overal geldende universele architectuur. Stelt daartegenover de context van het lokale en historische.

 

Vanaf de tweede helft van de jaren zeventig is de postmoderne architectuur een ander belangrijke reactie op het functionalisme. Postmodernisme heeft diverse Amerikaanse en Europese bronnen.

 

In de jaren zestig maakte het moderne optimisme en het vooruitgangsdenken plaats voor een andere levenshouding. De moderne gedachte van een eenduidige, objectieve waarheid werd in twijfel getrokken. Dit leidde tot kritiek op het functionalisme, dat zich immers op pure objectiviteit en rationele noodzakelijkheid beriep.

 

Gebouwen als collages

Postmodernisme betekent letterlijk: na het modernisme. Postmoderne architecten willen radicaal breken met het internationale functionalisme en de tijd- en plaatsloze beeldtaal van deze architectuur. Daartegen stellen zij associaties met het verleden en het specifieke van elke plek, aangeduid als Genius Loci, wat vrij vertaald de ziel of het eigene van de plek betekent.
Gebouwen worden ontworpen als collages van allerlei, naar het verleden in het algemeen of naar een specifiek plaatselijke situatie verwijzende, vormen. Algemeen ligt er nadruk op decoratieve elementen van soms overdreven grote afmetingen, en op felle contrasterende kleuren. Dit leidt vooral in de Amerikaanse voorbeelden tot een bijna provocerend gebruik van allerlei losse, uit hun historische verband gerukte vormen en elementen. De Europese voorbeelden zijn meer onderzoeksmatig gedocumenteerd, met name het werk van Aldo Rossi en Rob Krier. Hun architectuur heeft een duidelijk rationele inslag waarbij ook gestreefd wordt naar een zekere monumentaliteit. Daarvoor worden allerlei klassieke compositieprincipes weer ingezet. Vormgeving sec krijgt weer een duidelijke zelfstandigheid: gelijkwaardig met, en niet uitsluitend afhankelijk van functie en organisatie van het gebouw. Dit postmodernisme is intensief verweven met de stedenbouw waarvoor de historische Europese stads- en dorpsstructuren inspiratiebron zijn.

 

Architectuur van citaten

Goed voorbeeld van deze invloeden is het door Carel Weeber ontworpen studentencomplex Korvezeestraat. De strakke opzet en de regelmatig ingedeelde gevels refereren aan het postmoderne Europese rationalisme van met name Rossi. Voorbeelden van een losser gebruik van allerlei citaten zijn te vinden bij het stadskantoor van Jo Coenen met zijn gekromde zijdaken en grote cirkelvormige vensters, en het pand Molslaan 56 met een segmentvormig beplate gevelbekroning als rudiment van een gekromd tympaan. Postmodern is eveneens het bankgebouw aan de Burgwal van Lex Haak. De voor de gevel vrijstaande staalconstructie is als een voorzetgevel die maat en schaal van een historisch pand suggereert. De kromme balkjes tussen slanke stijlen wekken associaties op met een ijzeren jugendstilpui.

 

Goed voorbeeld van opvallend kleurgebruik is Ton Voets schoolgebouw in Tanthof. Bijzonder tot slot is het paviljoen van Knus in de Delftse Hout. Met zijn veelhoekige vormen en opvallend hoog, met onregelmatige leien bedekt dak lijkt het op een object uit een pretpark.

 

Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart