Architectuurgids Delft

Topstukken van Hendrick de Keyser

De Amsterdamse stadsarchitect Hendrick de Keyser (1565-1621) behoort tot de beste architecten van zijn tijd. Van hem bezit Delft twee architectonische hoogtepunten: het praalgraf van prins Willem van Oranje en het stadhuis op de Markt. Het praalgraf dat ook van zijn zeer hoge begaafdheid als beeldhouwer getuigt, behoort tot de topmonumenten van ons land.

 

Nadat prins Willem van Oranje in 1584 in Delft wordt vermoord, kan hij niet worden bijgezet in het familiegraf in Breda. Die stad is namelijk in Spaans bezit. De prins wordt daarom begraven in de Delftse Nieuwe Kerk. In 1614, tijdens het Twaalfjarig Bestand, besluiten de Staten Generaal een prestigieus grafmonument voor hem op te richten. Hendrick de Keyser krijgt de opdracht. Hij maakt niet alleen het ontwerp, maar levert zelf ook het decoratieve beeldhouwwerk.
Het in verschillende soorten marmer en in brons uitgevoerde grafmonument heeft een baldakijn op bogen en kolommen. Daaronder ligt het zeer naturalistische witmarmeren beeld van de prins op een zwartmarmeren tombe. Het is alsof hij op zijn doodsbed ligt, met zijn trouwe hondje aan zijn voeten. In brons zijn vier allegorische figuren en een zittend beeld van de prins uitgevoerd. Na de dood van Hendrick de Keyser wordt het praalgraf in 1622 voltooid door zijn zoon Pieter.

 

 

Een slim en fraai stadhuisontwerp

Het stadhuis, dat na de grote stadsbrand van 1536 was herbouwd, brandt in 1618 vrijwel geheel uit. Het stadsbestuur besluit het complex niet te herstellen, maar een geheel nieuw stadhuis te laten bouwen en het te laten ontwerpen door Hendrick de Keyser. Die is dan al werkzaam aan het grafmonument van Willlem van Oranje. De Keyser weet diverse muurresten en de eeuwenoude stadhuistoren, die de brand hadden overleefd, op slimme wijze in het nieuwe ontwerp op te nemen. Waarschijnlijk mede daardoor kan de bouw in een verbazingwekkend tempo worden gerealiseerd, want het nieuwe stadhuis is al in 1620 gereed. Met zijn symmetrische opzet, de geleding van de gevels door pilasters, de topgevel boven de ingang, decoratieve elementen zoals de schelpmotieven boven de vensters, en obelisken en siervazen op de gevelbeŽindigingen, is het stadhuis een belangrijke vertegenwoordiger van de late renaissance ofwel het maniŽrisme.

 

 

Verminking en restauratie

Het interieur wordt in de eerste helft van de negentiende eeuw sterk gewijzigd om er nieuwe functies, zoals het kantongerecht, in onder te brengen. In 1840 wordt het exterieur gemoderniseerd naar ontwerp van Pieter Adams. De kruisvensters met glas-in-lood en luiken maken plaats voor schuifvensters en de ingangspartij wordt sterk gewijzigd en van een fors balkon op kolommen voorzien. Deze wijzigingen waren in de ogen van tijdgenoten waarschijnlijk een verbetering, maar worden later toch wel als verminking beschouwd.
Kort voor de Tweede Wereldoorlog wordt het inwendige van de toren gerestaureerd; er worden betonnen vloerconstructies aangebracht. Na 1945 krijgt het stadhuis steeds meer een representatieve functie. De gemeente besluit het zoveel mogelijk in oorspronkelijke zeventiende-eeuwse staat terug te restaureren naar ontwerp van architect J. Kruger. In 1962-1966 komt het exterieur aan bod en in 1980-1981 volgt het interieur. Daarbij wordt een grotere raadzaal met publieke tribunes gecreŽerd en worden moderne voorzieningen, zoals een lift, aangebracht.

Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart