Architectuurgids Delft

De wapenkamer van Holland en de Republiek

Delft is rond 1600 centraal gelegen in Holland en heeft goede verbindingen over het water. Daarom is de stad een ideale vestigingsplaats voor centrale militaire wapenopslagplaatsen van de Republiek van de Zeven Verenigde ProvinciŽn, de ‘Generaliteit’, en van de toenmalige provincie Holland en West-Friesland, kortweg Holland.

 

 

De Generaliteit krijgt de beschikking over de voormalige Heilige Geestzusterskapel, een gedeelte van het voormalige Sint-Barbaraklooster, twee waltorens die voor kruitopslag dienden, en een opslagwerf aan het Zuideinde even buiten de stad. In 1660 verrijst een nieuw Kruithuis van de Generaliteit aan de Schie en in de achttiende eeuw volgt nog een groot magazijncomplex, Koningsveld, tussen de Schie en de Rotterdamseweg.
De provincie Holland laat in 1601-1602 tussen de Oude Delft en de Lange Geer een groot arsenaal bouwen dat in 1691-1692 met een nog groter gebouw wordt uitgebreid, het Armamentarium. Daarnaast gebruikt Holland het voormalige Clarissenklooster in het noordwesten van de stad als artilleriemagazijn. In de tuin ervan wordt een kruitmagazijn gebouwd dat in 1654 ontploft. Daarna krijgt Holland een kruitmagazijn aan de Buitenwatersloot. Ter plaatse van het door de kruitramp verwoeste magazijn verrijst in 1671 een nieuw artilleriemagazijn. Ten westen van de stad groeit een houtopslag uit tot een affuitmakerij, en later tot een constructiewerkplaats. De in Delft werkzame militairen bezitten een eigen woning of wonen in bij particulieren. Slechts incidenteel verblijven er hele compagnieŽn in Delft. Van een permanent garnizoen in Delft is pas sprake vanaf 1781. Uiteenlopende gebouwen worden dan als kazerne ingericht, zoals Oude Delft 70, Oude Delft 169, het voormalige anatomiegebouw op het Doelenplein en het Prinsenhof. De commandant krijgt zijn bureau in de zogenoemde hoofdwacht in Markt 29, dat in 1787 een voorbouw krijgt waaronder soldaten beschut op wacht kunnen staan. Pas in 1845 wordt er aan de Paardenmarkt een ‘echte’ kazerne gebouwd, die in 1863 met een verdieping wordt verhoogd. In 1923 wordt de kazerne afgekeurd voor de legering van militairen, maar pas in 1927 verlaten die het gebouw. Het Delftse garnizoen wordt in 1928 formeel opgeheven.

 

 

Bommen en granaten

In 1795, in de Franse tijd, worden de militaire gebouwen van gewest en republiek onder ťťn Departement van Oorlog samengevoegd. De meeste gebouwen behouden hun militaire functies en worden in de loop van de negentiende eeuw zo nodig verbouwd. Naast de militaire opslag wordt militaire productie steeds belangrijker. Er komen nieuwe militaire gebouwen bij, zoals de kazerne aan de Paardenmarkt, de kogelgieterij aan de Buitenwatersloot en de geweermakerij aan de Verwersdijk. De over verschillende locaties verspreide militaire industrie, onder de naam Artillerie Inrichtingen, wordt de belangrijkste werkgever in Delft. In 1846 wordt begonnen met de aanleg van de spoorlijn, die op last van het gemeentebestuur buiten de constructiewerkplaatsen moet worden omgeleid, uit vrees dat een eventuele verhuizing van die werkplaatsen uit Delft het volledige vertrek van de militaire industrie zal betekenen, en daarmee veel werkgelegenheid. Dat vertrek komt er rond 1900 uiteindelijk toch. Het gebruik van losse kogels en kruit heeft dan afgedaan en het gebruik van achterladers en van met kruit gevulde patronen breekt aan. Voor de productie daarvan is in Delft geen ruimte. De Artillerie Inrichtingen verhuizen naar een terrein in Zaandam, nabij de Hembug. Daar verrijzen grote moderne fabrieken, op ruime afstand van woonkernen. In Delft blijven nog enige tijd militaire autoherstelwerkplaatsen in bedrijf. De laatste militaire functie in Delft is het Nederlandse Leger- en Wapenmuseum, dat vanaf 1948 in het Armamentarium een studiecollectie onderbrengt en in 1989 van Leiden volledig naar Delft verhuist. Maar ook deze instelling vertrekt uiteindelijk uit Delft.

 


Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart