Architectuurgids Delft

De hogere middenklasse wil wonen aan een singel

Met de opkomst van de industrialisatie en de stijgende welvaart, komt er vraag naar luxe woningen in een groene omgeving, nabij de stad.

 

Rond de binnenstad worden tussen 1875 en 1885 op verschillende plekken langs de stadssingel panden gebouwd met een zekere grandeur. De oude stadssingel, die langs de noord- en de westkant van de stad later is gedempt, is door dit type bebouwing nog steeds herkenbaar in het stadsbeeld. Het Delftse type singelpanden kent variaties die verband houden met de locaties en de beoogde doelgroep.

 

Bel-etage

De woningen, in eclectische stijl, worden gebouwd door aannemer-ontwikkelaars die eraan willen verdienen. Er komen zelden architecten aan te pas. De singelpanden hebben allemaal een basement met dienstvertrekken of praktijkruimte op de begane grond, een bel-etage als woonverdieping, plus een tweede slaapverdieping erboven. Vaak is er nog een mezzanine, een verdieping op zolderniveau, met kleine ramen in de daklijst. Het basement - soms souterrain - heeft een lage verdiepingshoogte. In de gevel wordt het basement onderscheiden door geblokt natuursteen of lichtgrijs geschilderd, vaak ook geblokt, stucwerk. De verdiepingen, waarvan de woonverdieping hoger is dan de slaapverdieping erboven, zijn beide voorzien van grote hoge ramen, met een mooi uitzicht over het groen op de voormalige stadsvest. Op de eerste verdieping is er meestal een klein balkon dat iets buiten de rooilijn steekt. De plattegrond van de huizen is standaard en terug te vinden in de voorbeeldboeken uit die tijd. Elk huis heeft een smalle beuk met een gang en een trap die midden in de woning uitkomt, plus een brede beuk voor woonruimte met kamers en suite. De panden zijn meestal drie ramen breed. Aan de achterkant bevindt zich op de begane grond een veranda; op de verdieping een serre. Soms loopt er een trap van de serre naar de tuin.

 

 

Middenklasse

De singelpanden worden gekocht door de bovenlaag van de middenklasse die als gevolg van de industriële ontwikkeling in opkomst is: fabrieksdirecteuren en handelaren. Het komt ook regelmatig voor dat de aannemers die de huizen bouwen er zelf in trekken.
Door de royale maat - de huizen zijn gemiddeld zes meter breed en elf meter diep - blijken de huizen niet alleen geschikt voor bewoning door families, maar op den duur ook voor studentenhuisvesting. Een aantal huizen aan de Nieuwe Plantage doet tegenwoordig dienst als dagverblijf van de zorginstelling Ipse.
Het eerste rijtje Delftse singelpanden wordt in 1875 gebouwd aan de Phoenixstraat 52-54-56, in de achtertuin van Oude Delft 199 aan de stadsvest. Achter nummer 52 begint Agneta van Marken haar parfumfabriek Maison Neuve, die in 1964 overwoekerd wordt teruggevonden door de nieuwe bewoners. Een vergelijkbaar kleiner, maar fijner, rijtje staat aan het Koningsplein 31-33-35 De woningen zijn hier slechts twee vensters breed, maar de materialisering is zeer luxe. Andere korte rijtjes van dit soort panden zijn te vinden aan de Oostsingel en de Hooikade, en in de binnenstad (Vlamingstraat 62-66 en Binnenwatersloot 21-23).
Aan de Spoorsingel 25-28 zijn de singelwoningen uitgevoerd met op de begane grond een grote dubbele deur als in een garage of werkplaats. Een lange rij panden met zeer vergelijkbare gevels wordt gebouwd langs de Oranje Plantage en de Van Leeuwenhoeksingel. Deze woningen worden eind 2009 gesloopt om de aanleg van de spoortunnel mogelijk te maken.

 

 

Park

De meest prestigieuze rij woningen, gebouwd aan de Nieuwe Plantage, vormt een aaneenschakeling van verschillende gevels en enkele korte rijtjes, gebouwd in 1884. In de loop der tijd zijn er op de daken van sommige woningen dakkapellen gebouwd, waarvan sommigen (nummer 17 en 20) in de traditionalistische Engelse landhuisstijl.
 De meeste panden aan de Nieuwe Plantage hebben voortuinen. De oude klimplanten die zich via de balkonnetjes langs de gevel slingeren geven het geheel een romantische aanblik. Het feit dat de rooilijn van de voortuinhekken wijkt ten opzichte van die van de gevels heeft een bijzondere ruimtelijke uitwerking.
Aan de voorzijde loopt tot 1892 de noordelijke stadssingel. Deze wordt later gedempt met de grond die vrijkomt bij het graven van het kanaal, dat aan de oostkant van de stad wordt aangelegd. Door het dempen van deze singel komen de panden dichter bij de stad te liggen.
In 1894 ontstaat er ruimte voor een park naar een ontwerp van H.A.C. Poortman. De oude vestingwal wordt hergebruikt als één langgerekte heuvel die de bocht in één beweging omspant. Over de heuvel loopt een slingerend pad dat links en rechts aantakt op de stad. Het talud aan het Koningsplein is veel steiler dan aan de Nieuwe Plantage en wordt beplant met struiken. Naar de Nieuwe Plantage daalt een grasveld met enkele grote bomen glooiend af, waardoor er een wisselwerking ontstaat tussen het park en de singelpanden.

Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart