Architectuurgids Delft

Een park van formaat

Reeds in 1921 worden de eerste wensen voor een groot stadspark ten oosten van de stad geformuleerd door een adviescommissie, waarin H.P. Berlage, de meest gezaghebbende stedenbouwkundie van die tijd, zitting heeft. Het duurt nog tot medio jaren zestig voordat de plannen daadwerkelijk vorm krijgen.

 

 

Het idee van een groot volkspark werd gelanceerd als antwoord op het spreekwoordelijke Delftse gebrek aan stadsgroen, dat veel Delftse welgestelden deed verhuizen naar groene forenzengemeenten langs de kust. De uitvoering van het idee bleef lange tijd beperkt tot een smalle strook rondom de Nootdorpse Plassen.
Pas in 1965 maakte een bovengemeentelijke regeling met Pijnacker en Nootdorp, gesteund door de provincie Zuid-Holland, uitvoering van de plannen voor recreatiegebied de Delftse Hout mogelijk. Gedeputeerde Staten zagen dit gebied ten oosten van Delft als onderdeel van een doorgaande groene zone tussen Rotterdam en Den Haag. Hiermee werd in één keer een recreatiegebied van 190 hectare aan de stad toegevoegd. In het ontwerp voor de Delftse Hout zijn de historische Bieslandse polder en Klein Delfgauw ontspannen ingepast. Oude dijken en waterlopen, zoals de Tweemolentjesvaart en de Bieslandse Wetering fungeren als natuurlijke scheidingen.

 

Recreatieplas

Naar de terminologie van die dagen werd het nieuwe park als ‘stadsgeheelgroen’ aangeduid en ingericht als een activiteitenpark, bestaand uit sportterreinen, bosparken, een grote recreatieplas, natuur- en ligweiden, volkstuinen, kinderboerderij, begraafplaats, heempark en arboretum. Al deze functies zijn op een organische wijze ten opzichte van elkaar geordend. De imposante Korftlaan, met bomenrijen en grasbermen, scheidt het relatief drukke noordelijke deel van de Delftse Hout van het rustiger zuidelijke deel.
De grote niervormige recreatieplas met een oppervlak van 35 hectare is het zwaartepunt van het park. Harm de Vries, het hoofd van het Stedebouwkundig Adviesbureau, droeg in 1964 functionele argumenten aan voor de grillige vorm van de plas: ‘Met het oog op een zo groot mogelijke capaciteit van het gebied is gestreefd naar een grote oeverlengte (ca 3,5 km) met veel afwisseling in karakter daarvan’.
Aan de noordzijde wordt de plas begrensd door een strand met een bosrand. Aan de oostzijde was ter plaatse van het huidige surfgebouw een restaurant met belvedère voorzien met uitzicht op het silhouet van Delft. Aan de zuid- en westzijde is de oever en de beplantingswijze afwisselend hoger en lager, met taluds, riet, gras, met en zonder beschoeiing. De sportterreinen liggen langs de snelweg. In deze zone bevinden zich ook clubgebouwen van andere soorten vrijetijdsbesteding zoals de scouting.

 

 

Begraafplaats

In het zuidelijke gedeelte van de Delftse Hout verrees de Iepenhof, een nieuwe begraafplaats naar een ontwerp van de bekende naoorlogse landschapsarchitect W.C.J. Boer. Hij adviseerde over de gehele aanleg van de Delftse Hout. Kenmerkend voor deze begraafplaats zijn de regelmatige rijen liggende zerken in bedden van fijn grind. De beplanting tussen de zerken bestond oorspronkelijk uit willekeurig geplaatste pollen siergras, maar deze zijn inmiddels verdwenen.
Het is begrijpelijk dat een gebied met een dergelijke omvang een grote mate van dynamiek in de tijd vertoont. Zo is het buitenbad ‘t Korft veranderd in een camping. Een doorgaande weg richting Zoetermeer is niet op de aanvankelijk geplande locatie gerealiseerd. Daar is het uitdijende woonwarenhuis Ikea voor in de plaats gekomen. Dat neemt niet weg dat de Delftse Hout in zijn geheel nog steeds een bijzonder hoogwaardig en gaaf voorbeeld is van een naoorlogse regionale groenvoorziening. In de jaren negentig van de vorige eeuw is het gebied verder uitgebreid richting Zoetermeer, onder meer met het Balijbos.

 


Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart