Architectuurgids Delft

De tijdloze kwaliteit van Herman Hertzberger

De Diagoon-woning, in de jaren zestig door Herman Hertzberger ontworpen en in de jaren zeventig gebouwd in de Delftse uitbreidingswijk Buitenhof, is een vroeg voorbeeld  van meer bewonersinvloed op het ontwerp van de eigen woning dat bovendien prachtig is vormgegeven.

 

 

Het idee om bewoners meer invloed te geven op het ontwerp van hun eigen woning is een reactie op de gestandaardiseerde (volks)woningbouw van de jaren zestig. De Diagoon-woning past daarbij, maar is ook een concrete uitwerking van het principe van scheiding van drager en inbouw in de woningbouw, zoals John Habraken dat in 1961 in De Dragers en de Mensen formuleerde.
Bewonersparticipatie was voor Hertzberger een basisuitgangspunt voor woningarchitectuur. In 1959 haalden Aldo van Eyck en Jaap Bakema hem als jong lid bij de nieuwe redactie van het tijdschrift FORUM. Daar ontstonden veel van zijn ideeŽn en opvattingen. Zelf heeft hij aan het gedachtegoed van de FORUM-groep veel bijgedragen. Hij wordt tevens beschouwd als een belangrijke representant van het structuralisme.

 

Inbreng gebruiker

De Diagoon-woning was oorspronkelijk bedoeld om om een hele woonwijk mee te ontwikkelen. Toen dit project in Vaassen niet van de grond kwam, werden in 1967 voor de Buitenhof acht van deze experimentele woningen als prototype ontworpen en in 1970-71 gebouwd.
Het bescheiden woonblokje aan de Gebbenlaan is een prachtig voorbeeld van de manier waarop Hertzberger zijn ideeŽn over architectuur in praktijk bracht. Samen met Centraal Beheer in Apeldoorn worden de Delftse Diagoon-woningen algemeen beschouwd als de beste illustratie van zijn opvattingen over gebruikerszeggenschap en de betekenis daarvan voor de architectonische vorm. Het onderscheid tussen ‘structuur’ en ‘invulling’ speelt daarbij een cruciale rol.
Het woningontwerp is bij Hertzberger in principe ‘onaf’. Hoe de woningen afgebouwd, ingericht, bewoond en, bij zich wijzigende behoeften, worden aangepast of uitgebreid, is aan de gebruikers om te beslissen. Volgens Hertzberger zal een ‘goede’ architectonische vorm altijd ontstaan, mits ‘de drager’, die door de gebruiker naar eigen behoefte en inzicht wordt ingevuld, een heldere en stimulerende basisstructuur is. Het gaat hem nooit om de vorm als technisch-functioneel gevolg van ťťn star geformuleerd gebruik, maar om de betekenis die deze voor de gebruiker heeft, om het gebruik dat die ervan maakt en om de voortdurende wederzijdse beÔnvloeding van beide.
In de Diagoon-woningen is de drager geen neutrale structuur, maar biedt deze juist zo veel mogelijk verschillende uitgangscondities: lichte en donkere plekken, hoge en lage, open en gesloten, grote en kleine ruimtes die allen aanleiding zijn voor een rijk palet aan associaties en herinneringen. De gebruiker vervult zijn eigen functionele en emotionele wensen en completeert met zijn inbreng het ontwerp als het ware steeds opnieuw.

 

Herkenbare architectuur

Voor Hertzberger is architectuur er vooral voor ‘gewone’ mensen. Daarbij horen eenvoudige materialen, die ‘eerlijk’ worden toegepast. Zijn langdurig betoonde voorkeur voor grijze B2-betonblokken, lateien en kolommen in schone beton, houten (meestal zwart geverfde) kozijnen en glas in vele variaties, laten dit ook zien. Dit materiaalgebruik draagt sterk bij aan de herkenbaarheid van zijn architectuur. Kenmerkend zijn ook de grote plastiek in de vorm, het zorgvuldige spelen met licht (o.a. door allerlei vormen van daklichten), de aandacht voor detail, de rijkdom aan vormen, die uitnodigen tot specifiek gebruik (zitten, aanraken, kijken) en het veelvuldig toepassen van elementen die als een overgangsgebied werken, zoals balkons, kleine hoven, verbrede drempels, raamdorpels etc.


 

Meesterlijke vorm

De Diagoon-woningen tonen duidelijk Hertzbergers architectuuropvattingen Ťn de meesterlijke wijze waarop hij daaraan vorm weet te geven. Zij zijn opgebouwd uit steeds met een halve verdiepingshoogte  verspringende vloeren (split level) rond twee vaste kernen (het trappenhuis en het blok van keuken/natte cel). Door invulling met verschillende inbouwelementen (kasten, wanden, deuren etc.) bepalen de bewoners zelf het gebruik en de mate van openheid van de verschillende ruimten. De kozijnen hebben een vaste indeling, die verschillend kan worden ingevuld (meer of minder doorzichtig glas, beweegbaar raam, gesloten paneel etc.). Op het dakterras kan een opbouw worden toegevoegd. Een stalen buizen frame geeft diverse mogelijkheden tot afscheiding van het terras. Bij de entree kan een kleine voorhof al of niet gesloten worden en biedt een dwarsbalk de mogelijkheid voor een dakterrasje, toegankelijk te maken via een opening die zowel raam als deur kan zijn. Het voorterrein wordt geheel geplaveid met de voor de openbare ruimte gebruikelijke materialen. De architect laat aan de bewoners over welk deel daarvan zij voor eigen dan wel voor openbaar gebruik bestemmen.

 

 

Tijdloze kwaliteit

De beelden van de situatie bij oplevering, respectievelijk na zo’n vijftien en nu bijna veertig jaar bewoning, laten zien hoe goed de architect in zijn opzet is geslaagd. De Diagoon-woningen zijn met hun sterke plastiek, grote variatie in gebruiksmogelijkheden en overduidelijke aandacht voor de menselijke maat nog steeds zeer gewilde woningen, die op een heel persoonlijke wijze worden bewoond. Ze zijn een overtuigend voorbeeld van Hertzbergers architectuur uit het begin van zijn lange carriŤre met een inmiddels bijna tijdloze architectonische kwaliteit.

Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart