Architectuurgids Delft

Afscheid van de hospita

Tot de Tweede Wereldoorlog wonen de meeste Delftse studenten bij hospita’s. Na 1945 wordt een begin gemaakt met speciaal voor deze doelgroep gebouwde wooncomplexen. In de loop der tijd worden gespreid over de stad allerlei soorten studentenwoningen gerealiseerd, daarbij inspelend op trends, marktontwikkelingen en de behoeften van de Delftse onderwijsinstellingen.

 

 

Het zijn hoogleraren van de Technische Hogeschool Delft die in november 1949 het voortouw  nemen bij de realisatie van de eerste studentenwoningen: een semi-permanent barakkenkamp voor 196 studenten op een open terrein aan Aan ’t Verlaat. Samen met studenten bouwen ze hier eigenhandig het allereerste studentencomplex van Nederland: Het Duyvelsgat. Daaraan voorafgaand was in 1945 onder voorzitterschap van prof. J.M. Tienstra een commissie opgericht die later officieel wordt omgevormd tot de Stichting tot Huisvesting van studenten der Technische Hogeschool.

 

De bouw van het allereerste studentencomplex komt zonder subsidie tot stand. In de ogen van de overheid heeft deze woonvorm geen prioriteit. De gemeente stelt wel grond beschikbaar om in 1954 de woningnood onder studenten op te lossen. Daardoor kunnen er bij Het Duyvelsgat drie stenen paviljoens worden gebouwd voor 56 studenten.
In 1957 begint het bedrijfsleven belangstelling te tonen voor studentenhuisvesting. Samen met de universiteiten en hogescholen wordt de landelijke Centrale Stichting Studentenhuisvesting (CSS) opgericht. De overheid toont zich bereid om de helft van de onrendabele top van de bouwprojecten te financieren.

 

De eerste echte studentenwoningen komen te staan aan de Maria Duystlaan. Hendrik Postel ontwerpt vier flats voor 284 studenten waarbij de bewoners voor het eerst gebruikmaken van gemeenschappelijke voorzieningen.

 

Krakeelhof

In de jaren zestig nemen de bouwinitiatieven gestaag toe, daarbij zoveel mogelijk rekening houdend met de wensen van de studenten zelf. In 1963 verrijst aan de Prof. Evertslaan de eerste echte studentenflat (Tienstraflat) en er wordt een begin gemaakt met de bouw van het voor die tijd grootste studentencomplex van Nederland: de Krakeelhof, eveneens van Postel.
De eerste Staalbouwflat wordt gebouwd, waarvoor flathoge portalen van staal één voor één omhoog werden gehesen. De flat bestaat uit 442 zelfstandige wooneenheden met een eigen keuken, toilet en douche. Een nieuwe luxe. Later volgt een tweede Staalbouwflat met een meer gedifferentieerd programma. Aan de Van Hasseltlaan verrijst een complex met op de begane grond dertien aangepaste woningen voor gehandicapten. 
 

Geprefabriceerde bouw

Een ontwerpoefening waarbij aan bouwkundestudenten wordt gevraagd een oplossing te bedenken voor het tekort aan goedkope woonruimte, leidt in de jaren tachtig tot een nieuwe vorm van ‘tijdelijke’ studentenhuisvesting. Door toepassing van prefab containerkamers kan in 1981 in zes maanden tijd een complex van 224 geschakelde eenheden worden geplaatst aan de Schoemakerstraat: Gimmy Shelter. Het complex bestaat niet meer, maar containerbouw wordt nog steeds toegepast in diverse (semi)permanente woningbouwprojecten, onder meer aan de Feldmannstraat en de Leeghwaterstraat.

 

 

Jongerenhotel

In de jaren tachtig begint het hoger en wetenschappelijk onderwijs zich internationaal te oriënteren. Om al die buitenlandse studenten en docenten goed op te kunnen vangen wordt bij de Sebastiaansbrug een jongerenhotel gebouwd naar een ontwerp van Cees Reijers. Dat blijkt al snel te klein. In 1994 komt het Westlandhof van Kees Christaanse gereed, bedoeld voor buitenlandse studenten die hun opleiding volgen aan het Unesco-IHE Institute for Water Education. Ook het voormalige belastingkantoor aan het Westplantsoen wordt omgebouwd tot een wooncomplex voor studenten.
In dezelfde periode ontstaat de gedachte om permanente studentenwoningen te realiseren in de TU-wijk. In samenwerking met de TU Delft ontwikkelt Carel Weeber een complex van 528 woningen aan de Korvezeestraat. Acht evenwijdige blokken van drie verdiepingen, met prefab betegelde gevelelementen, worden in twee fasen gebouwd aan het Van Eekelenplantsoen. In 1997 komen twee woontorens aan de Balthasar van der Polweg gereed, met 280 een- en tweekamerwoningen, speciaal voor de wat meer draagkrachtige ouderejaars studenten.

 

Toekomstplannen

Met de verdere ontwikkeling van een campus in het noordelijke deel van de TU-wijk breekt weer een nieuwe fase aan voor de Delftse studentenhuisvesting. Oude onderwijsgebouwen van de Technische Universiteit worden omgebouwd, soms in combinatie met nieuwbouw. Behalve 1400 zeer diverse woningen voor binnen- en buitenlandse studenten, ex-pats en hoogleraren, komen er een International Student House, een congreshotel en een Faculty Club. Restauratie van het pand op de hoek van het Mijnbouwplein (120 woningen), nieuwbouw aan het toekomstige Mijnbouwhof en Kanaalhof (340 woningen) en de verbouwing van het voormalige DISH-hotel aan de Kanaalweg (100 woningen) staan op de planning. Bovendien komt er, speciaal voor de studenten van de Hogeschool INHolland en de Haagse Hogeschool, een complex van 270 eenheden aan Rotterdamseweg.
Sinds de eerste houten barakken van Het Duyvelsgat is er veel veranderd op het gebied van studentenhuisvesting. Met dank aan de Delftse studentenhuisvester DUWO heeft deze vorm van huisvesting zich ontwikkeld tot een hoogwaardige woonvorm op vaak prominente plekken in de stad.

 


Zoek gebouwen in Delft
Periode
Kaart
zoeken op de kaart