Gemeenlandshuis van Delfland Voormalig De Huyterhuis
Jan de Huyter, schout van Delft, hoogheemraad en baljuw-dijkgraaf van Delfland, liet zijn huis aan de Oude Delft kort na 1500 uitbreiden en voorzien van een nieuwe natuurstenen voorgevel. De Henegouwse steenhouwer Le Prince leverde de hardstenen onderdelen. Het huis heeft een samengestelde opzet en een hoog oprijzende traptoren als uitkijktoren, een echt statussymbool. De voorgevel, met zeer decoratief beeldhouwwerk, overleefde de stadsbrand van 1536. Het huis is een zeer zeldzaam voorbeeld van een particulier laatgotisch stadspaleis. Jan de Huyter koos de zijde van de Spaanse koning en zijn huis werd in 1572 verbeurd verklaard. Daarna kende het diverse gebruikers. De stad Delft gebruikte het als logies voor voorname gasten, en het was woonhuis van een dochter van Willem van Oranje. In 1645 kocht het Hoogheemraadschap van Delfland het huis en bestemde het tot Gemeenlandshuis. De aanpassingen, waarbij de entreepartij een gebeeldhouwde cartouche met wapenschilden kreeg, duurden tot 1652. In 1888 en in 1931-1933 werd het pand gerestaureerd.