Het Jongenshuis is een van de laatst gebouwde grote patriciërswoningen aan de Oude Delft. Het is gebouwd in opdracht van de effectenhandelaar mr. W.F. van der Mandele en zijn echtgenote Charlotte Stein, een Delfts gemeenteraadslid. Gregorius van der Kaaden koos hier voor neorenaissance met een rijke detaillering, zoals bij de centrale dakkapel en de voordeur, die is ontworpen in de stijl van Vredeman de Vries. De luxe is verwerkt in het metselwerk en niet in lijstwerk rond de kozijnen, zoals bij de 18de-eeuwse panden aan deze gracht. Na het het faillissement van de bank van Van der Mandele, die werd meegesleurd in de ondergang van de distilleerderij Van Meerten, verhuisde het echtpaar terug naar het huis aan het Noordeinde, en werd het grote huis aan de Oude Delft tot 1968 een weeshuis voor jongens. Later deed het Jongenshuis dienst als werkruimte van het college van burgemeester en wethouders. In 1984 ontwierp Jo Coenen de onderdoorgang naar het stadskantoor aan de Phoenixstraat.