In een bocht van het Rijn-Schiekanaal, daar waar de Insulindeweg met een elegante boog overgaat in de Bonairestraat, staat onder de bomen een markante witte villa. De L-vormige plattegrond reageert mooi op de kromming van het kanaal. Vanaf de Insulindeweg is er zicht op de entree en naastgelegen uitgebouwd trappenhuis dat wordt bekroond door een glazen uitzichtpunt in de vorm van een stuurhut. Aan de zijde van het water domineren grote ramen en zwierige dakoverstekken het beeld. De bakstenen gevels zijn wit geverfd met een zwarte plint. Kenmerkend voor deze originele, vroegnaoorlogse architectuur is ook het gebruik van blankgelakte hardhouten geveldelen, het dunne dak en een uitgekiend spel van dichte en open gevelvlakken.